Onze visie op zorg PDF Afdrukken E-mail

Het uitgangspunt van het zorgbeleid op onze school is het leren van elk kind. Met ‘leren’ bedoelen we ‘leren met hoofd, hart en handen’ = leren in al zijn facetten (niet enkel beperkt tot het cognitieve). Zijn leren heeft het kind zelf in handen.  Hierin wordt het weliswaar begeleid door school en thuis.
Het zorgbeleid van de school beoogt het ondersteunen en verhogen van de bekwaamheid, de belangstelling, de motivatie en de wilskracht van elk kind zodat elk tot leren komt. Iedere ervaring zet immers aan tot leren.
Opdat een kind tot leren kan komen is er tijd nodig : tijd die een kind nodig heeft om tot leren te komen en tijd die een kind wil besteden aan het leren binnen de tijd die het van de school krijgt.  De tijd die een kind nodig heeft om tot leren te komen, is afhankelijk van aanleg en bekwaamheid.  Met aanleg bedoelen we datgene wat het kind bij zijn geboorte meekreeg. 
Als school zijn we ervan overtuigd dat we geen invloed hebben op de aanleg, maar wel op de bekwaamheid, de belangstelling, de motivatie en de wilskracht.
Vandaar dat ons zorgbeleid een meerwaarde wil bieden aan de ontwikkeling van deze laatste vier factoren met oog op de harmonieuze ontwikkeling van de totale persoon.

De leerkracht als spilfiguur van de zorg.

Als spilfiguur van het eigen klasgebeuren moet elke leerkracht van onze school zich voortdurend volgende vragen stellen : « Hoe kan ik op een positieve wijze de bekwaamheid, belangstelling, motivatie en wilskracht bij mijn kinderen beïnvloeden zodat ik elk van hen optimale leerkansen bied ?  Hoe kan ik mijn kinderen een trapje hoger brengen in hun ontwikkeling ?  Hoe ben ik als leerkracht, hoe zijn mijn leerinhouden, hoe kan ik mezelf ontwikkelen ?
In zijn opdracht als spilfiguur wordt de leerkracht ondersteund door zijn school als organisatie, door het zorgteam (taakleerkracht, gok-leerkracht en zorgcoördinator) en door de externe begeleiding, waarbij CLB en pedagogische begeleidingsdienst bevoorrechte partners zijn.
De school investeert in het verhogen van de relationele en professionele vaardigheden van haar leerkrachten om de deskundigheid als leraar te verhogen.  Het kan nooit de bedoeling zijn dat een leerkracht specialist wordt op het domein van externen (orthopedagogen, kinderpsychiaters, logopedisten, …).  De deskundigheid van de leerkracht heeft dus ook grenzen.  De zorg in onze school zal dus ook haar grenzen hebben.

Zorg op school heeft grenzen.

Wanneer de school het kind geen verdere kansen tot ontplooiing kan bieden, is de ’zorggrens’ bereikt : als het kind zich niet verder blijft ontwikkelen en geen leerwinst meer maakt ; als de klassituatie niet meer werkbaar blijft omdat er tekort wordt gedaan aan de andere leerlingen die ook ondersteuning nodig hebben ; als het welbevinden van het betrokken kind, van de medeleerlingen en leerkracht in gevaar wordt gebracht.
Als de mogelijke middelen door de klasleraar uitgeprobeerd zijn en het engagement van internen en externen ontoereikend blijkt te zijn, zal de school, na rijp beraad op het MDO, die kinderen naar het buitengewoon onderwijs oriënteren.  Dit zien wij niet als falen van ons zorgbeleid, maar wel als het creëren van nieuwe kansen naar verdere ontplooiing voor het betreffende kind.
 
Ouders als volwaardige gesprekspartners.

De school ziet de ouders als volwaardige gesprekspartner.  School en ouders kunnen elkaar vanuit hun eigen opdracht verrijken : ouders kennen hun kind immers te gronde, leerkrachten zijn onderlegd in de didactische en pedagogische aanpak van leerprocessen.  Alleen een respectvolle communicatie tussen school en ouders biedt een vruchtbare bodem voor een optimale ontwikkeling van het kind.  Het kan nooit de bedoeling zijn dat ouders specialist worden op het domein van schoolse leerprocessen : anderzijds respecteert de school de heersende gezinscultuur.
De school verbindt zich ertoe gemaakte afspraken tijdens zorgoverleg (MDO) eerst met de ouders te bespreken alvorens aangepaste hulp te bieden.  Elk handelingsplan vertrekt vanuit een realistisch beeld van de mogelijkheden van het kind.  De school ziet het als haar taak ouders te ondersteunen in het soms moeilijke aanvaardingsproces bij leerstoornissen, capacitaire, of andere beperkingen.  Ieder kind heeft immers het recht aanvaard te worden in zijn volledige eigenheid.


 

 
Vrije Basisschool Sint-Andreasinstituut - Schapenstraat 32 - Oostende, Powered by Joomla! and designed by SiteGround web hosting